Muzikaal fenomeen Hannes Minnaar

De Beekberger – 12 oktober 2012
Henk van Doorn

HANNES MINNAAR, “zelfs in New York kennen ze hem!”
Deze woorden klonken tijdens de opening van het najaarsconcert van Beekbergen Klassiek door de Oude Kerk in Beekbergen. En terecht, want Hannes Minnaar is wel een muzikaal fenomeen.


Foto: Jeannette Groenink – Beekbergen Klassiek – “warming up”

In 1984 geboren, op zevenjarige leeftijd begonnen met pianospelen en nu al winnaar van de vele nationale en internationale prijzen. Geen wonder dat hij zaterdagmiddag onder groot applaus zeer zelfverzekerd naar zijn plaats achter de vleugel stapte en meteen begon te bewijzen dat hij een kanjer is in zijn vak met de vertolking van Preludium en Fuga van Bach/Liszt.

Eigenzinnig
Franz Liszt bewerkte het oorspronkelijk voor orgel geschreven werk van Bach voor piano. Zelf was Liszt (1811-1886) een virtuoze pianist en zeer beroemd in zijn tijd.

Minnaar in zijn uitleg achteraf: “Liszt heeft in feite niets toegevoegd. Het stuk van Bach was al perfect.” Na Bach volgde een sonate van Beethoven. Minnaar: “Deze sonate was moeilijk te begrijpen voor het publiek in die tijd. De componist heeft de Sonate zelf nooit gehoord vanwege zijn toenemende doofheid.
Het tweede deel klinkt zeer eigenzinnig, zelfs een beetje drammerig maar deel één en drie daarentegen zijn heel gevoelig.” Dat eigenzinnige kwam er wel uit in de vertolking door Minnaar, het tweede deel klonk dreigend en werd met een zeer stevig forte afgesloten.
Voor de pauze klonk er nog een Sonatine van Ravel. Deze componist werd ruim honderd jaar na Beethoven geboren en dat tijdverschil is zeer duidelijk te horen in zijn muziek. Het is muziek met een heel ander, luchtiger, karakter en deed soms denken aan glinsterend zonlicht op de brede wateren rondom het Zeeuwse eiland waar Minnaar werd geboren, een beetje impressionistisch.

Huzarenstukje
In de pauze kreeg Minnaar even de tijd om zich voor te bereiden op het huzarenstukje na de pauze, de 24 preludes Opus 28 van Chopin. Al deze preludes zijn relatief korte stukken met ieder een eigen karakter. Een afwisseling van mineur en majeur, van verschillende tempi en moeilijkheidsgraden. Minnaar speelde deze middag zonder bladmuziek. Dat betekent, dat hij niet alleen de muziek in zijn muzikale geheugen opgeslagen moest hebben, maar ook de 24 stukjes in de juiste volgorde. De solist van deze middatg volbracht deze opdracht moeiteloos.

Als toehoorder vraag je je af hoeveel studietijd dagelijks geïnvesteerd wordt door Minnaar en hoe hij het doorzettingsvermogen heeft opgebracht om deze graad van perfectie te bereiken. In ieder geval werd zijn optreden door de aanwezigen erg gewaardeerd met een warm applaus. Daarvoor gaf hij een deeltje uit Opus 29 als toegift.

(Bron: )